Vrijwel iedere schutterij is aangesloten bij een schuttersbond, zo ook Schutterij St. Sebastianus Oost-Maarland. Schutterij St. Sebastianus Oost-Maarland is aangesloten bij Bond Berg en Dal. Een relatief kleine bond, met daarin per 2013 de volgende aangesloten verenigingen.

  1. Schutterij St. Brigida Noorbeek
  2. Schutterij St. Joseph Waubach
  3. Schutterij St. Martinus St. Martensvoeren (BE)
  4. Nachtwachtgilde Berg en Terblijt
  5. Schutterij St. Sebastianus Spekholzerheide
  6. Stadsschutterij St. Leendert Urmond
  7. Schutterij St. Michael Chevremont
  8. Schutterij St. Hubertus Gulpen 
  9. Schutterij St. Sebastianus Oost-Maarland
  10. Schutterij St. Catharina Weert


Bond Berg en dal is in 1960 opgericht en kent een turbulente geschiedenis. Onderstaand een beschrijving hiervan zoals verschenen in het Schutterstijdschrit 2010.

Het initiatief
In 1958 al ontstond er in St.-Geertruid een initiatief om te komen tot een ‘onderlinge federatie buiten bondsverband’. De uitgenodigde schutterijen van Schimmert, Oost-Maarland, Mheer, Noorbeek voelden zich wellicht niet thuis binnen de RKZLSB of de bond St.-Gerardus. Reden hiervoor was wellicht de verplichte deelname aan drie of vier bondsfeesten op een jaar te veel voor deze verenigingen. Twee jaar later, in 1960, kwamen de schutterijen van Oost-Maarland, Mheer, Noorbeek en St.-Geertruid tot het besluit om zich samen te verenigen in de nieuwe schuttersbond Berg en Dal. De bedenker van de naam ‘Berg en Dal’ is tot op heden onbekend. Het eerste bondsbestuur bestond uit de heren Lardinois (voorzitter) van Noorbeek, Beckers (secretaris) van St.-Geertruid, Curfs van St.-Geertruid, Rousch van Oost-Maarland en Senden van Mheer. Er werd slechts één bondsfeest per jaar gehouden.

Jaren ‘60: wisselende leden
De beginjaren van deze jonge schuttersbond kenmerkten zich door een instabiel ledenbestand, door de soms kortstondige lidmaatschappen van enkele schutterijen. Zo beleefde St.-Sebastianus Margraten in 1961 (die een jaar eerder al te kennen gaf om toe te treden) zijn vuurdoop binnen de bond, maar het lidmaatschap van Margraten bleek na het vertrek in 1964, van korte duur te zijn. Reden hiervoor was het in hun ogen te kleine aantal aangesloten verenigingen. Ook Oost-Maarland had zijn bedenkingen voor het bondslidmaatschap te kennen gegeven en stapte in 1963 uit de bond om bij het vijfde bondsfeest (1965 dus) toch weer aanwezig te zijn. Met slechts een handvol schutterijen als lid ging het bondsbestuur naarstig op zoek naar nieuwe schutterijen en vond die in datzelfde jaar in de verenigingen van St.-Joseph Waubach en het Belgische St.-Martinus St.-Martensvoeren. Een jaar later volgde het St.-Hubertusgilde uit Gulpen, dat in 1970 overstapte naar de RKZLSB vanwege een gebrek aan schuttersfeesten en de geringe mogelijkheden tot ontplooiing. Overigens werd in 1967 besloten om voortaan twee bondsfeesten te organiseren en is St.-Hubertus Gulpen tot 1974 betrokken gebleven bij de bond.

Jaren ‘70: Crisistijd
Naast de ledenproblematiek ontstonden er begin zeventiger jaren problemen rondom de organisatie van bondsfeesten, dat voor iedere aangesloten vereniging natuurlijk een verplichting was. Bijvoorbeeld in 1972 bleek St.-Joseph Waubach niet in staat om een bondsfeest te organiseren (St.-Martinus St.-Martensvoeren was de vervanger) en samen met Gulpen bleek de Waubachse schutterij niet in staat om genoeg leden op de been te brengen om uit te treden bij datzelfde bondsfeest, met een boete als gevolg. Een ander voorbeeld was een jaar later toen St.-Geertruid en Noorbeek aan de beurt waren om een bondsfeest te organiseren, waarbij Noorbeek door een gebrek aan organisatorische capaciteit ruilde met Mheer voor het zestiende bondsfeest. St.-Geertruid en Oost-Maarland bedankten zich in 1973 voor het lidmaatschap van de bond. Een jaar later werd een vergadering gehouden het ledenaantal van de bond te vergroten, maar er werden geen gegadigden gevonden.

Jaren ‘80: enige opleving
Het eerste jaar van dit decennium werd de schuttersbond versterkt met de inmiddels derde toetreding van St.-Sebastianus Oost-Maarland en ook het Nachtwachtgilde uit Berg en Terblijt sloot zich aan. Het 21-jarig voorzitterschap van Lardinois werd beëindigd met zijn opneming in de Orde van de Rode Leeuw en de heer Debie, ook van Noorbeek, volgde hem op. 1982 was het jaar van intrede voor St.-Sebastianus Spekholzerheide en in datzelfde jaar konden de eerste solistenwedstrijden gehouden worden en in navolging van deze muziekwedstrijden werd er een jaar later door de bond een muziekcommissie in het leven geroepen. Vijftien jaar eerder was dit nog niet mogelijk. Op een bondsvergadering in 1968 kwamen de drumbands ter sprake en toen zei de niet al te enthousiaste voorzitter: ‘de bond houdt zich alleen bezig met het verloop van het schuttersfeest en niet met de drumbandwedstrijden, daar dit drumbandconcours maar een nevenzaak is om het feest te vullen’. Eind 1988 vertrokken er wederom twee schutterijen uit de bond Berg en Dal, te weten St.-Sebastianus Mheer vanwege een gebrekkige concurrentie binnen de bond en ook Oost-Maarland had geen interesse meer in lidmaatschap. Het laatste jaar van dit decennium was er ook goed nieuws te melden: wapendragende functies werden toegankelijk voor vrouwen.

Jaren ‘90: nieuwe problemen
Het verlies van twee schutterijen in 1988 werd in 1991 goedgemaakt door de komst van twee nieuwe schutterijen, namelijk de net heropgerichte schutterij St.-George Simpelveld en de schutterij uit de Maastrichtse wijk De Heeg (La Garde de Tireurs du Quartier Vingt huit). De schuttersbond Berg en Dal kwam daarmee op een totaal van zeven aangesloten schutterijen. Het bondsbestuur werd twee jaar later uitgebreid met vier extra bestuursleden en ook werd er een aparte commissie ingesteld om de bond te voorzien van een nieuw reglement voor muziekwedstrijden. 1993 was ook het jaar van het initiatief tot een herindeling van de drie Zuid-Limburgse schuttersbonden, waarbij de bond Berg en Dal mogelijk zou fuseren met de RKZLSB of de St.-Gerardus bond. Dit initiatief bleek een doodgeboren kindje te zijn, maar het leidde wel tot een conflict met St.-Joseph Waubach, dat met royement bedreigd werd. Uiteindelijk werd deze zaak gesust. De bond werd in 1996 nog versterkt met het pas opgerichte St.-Servaasbank Heer.

Vanaf 2000: wederom wisselingen
Schuttersbond Berg en Dal kenmerkte zich in de voorgaande decennia door een wisselend ledenbestand en ook in het nieuwe millennium ging deze tendens door. De vertrekkende schutterijen waren St.-George Simpelveld, St.-Servaasbank Heer (in ruste) en de schutterij uit De Heeg (opgeheven). Vervangers hiervoor waren het nieuw opgerichte St.-Leendert Urmond, St.-Michaël Chevremont en het in 2008 uit ruste gekomen St.-Hubertusgilde uit Gulpen. Deze laatste heeft ook grotendeels de organisatie op zich genomen voor het gouden jubileumfeest.