Algemeen

Achter de officieren marcheren de geweerdragers (ook wel soldaten genoemd). In rotten van vier (oude exercitie), het geweer aan de rechterschouder, vastgehouden door een gebogen arm met de hand aan de riem of in rotten van drie (nieuwe exercitie) met het geweer over de schouder, gestrekte arm, hand onder de kolf. In wezen loopt hier het kernkorps van de schutterij. Dit zijn de mannen, die als broeders met elkaar vorm en inhoud geven aan het schuttersgebeuren, want ongedacht rang of stand, een ding staat als een paal boven water: Schutters zijn gelijk. Onder de geweerdragers bevinden zich sergeanten die aan de vleugels van het peloton marcheren om de schutters de richting te wijzen. Wanneer de schutterij in formatie opmarcheert, loopt voor het peloton van geweerdragers een linker guide, terwijl achteraan een rechter guide volgt. Zij hebben de rang van sergeant en het is hun taak om ervoor te zorgen dat de schutten mooi in een rechte lijn staan wanneer zij zich richten. De guides lopen, net als de commandant, aan de linkerzijde van de groep. Enkel wanneer tijdens het defilé de eregasten rechts zitten, verplaatsen zij zich naar die kant. De guides hebben vooral tijdens het exerceren een duidelijke functie. Zij kunnen daarom evenals de commandant een speciale prijs voor hun verrichtingen krijgen.

 

Wedstrijdonderdelen

Voor de geweerdragers is er geen apart wedstrijdonderdeel tijdens of na de optocht. Wel zijn de geweerdragers onderdeel van diverse algehele beoordelingen tijdens optocht. Dit zijn met name (i) Mooiste geheel, (ii) Beste defile en (iii) Beste houding.